Slaapproblemen
Hoe kunnen slaapproblemen zich uiten?
De woorden ‘slecht slapen’ betekenen niet voor iedereen hetzelfde. De één slaapt weinig, terwijl de ander veel slaapt en toch moeite heeft om overdag wakker te blijven. Soms merkt vooral een partner dat er tijdens de nacht iets gebeurt, zoals het stoppen met ademen of opvallende bewegingen tijdens het slapen.
Ook kunnen verschillende klachten tegelijk voorkomen. Moeilijk inslapen en vroeg wakker worden sluiten elkaar bijvoorbeeld niet uit.
Een slaapprobleem betekent bovendien niet automatisch dat iemand een slaapstoornis heeft. Daarvoor is meer informatie nodig: hoe vaak gebeurt het, hoelang bestaat het, onder welke omstandigheden treedt het op en hoeveel last heb je ervan?
Hieronder vind je de belangrijkste manieren waarop slaapproblemen zich kunnen uiten. Deze uitleg richt zich op volwassenen.
Moeite met inslapen
Je bent moe en verlangt naar je bed. Maar zodra je ligt, gebeurt er van alles maar je valt niet in slaap. Je hoofd blijft actief, je merkt ieder geluid op of je begint te rekenen hoeveel tijd er nog overblijft om te slapen.
Soms vallen op de bank je ogen dicht, terwijl je in bed ineens klaarwakker bent. Bij langdurige slapeloosheid kan het bed gekoppeld raken aan wakker liggen en piekeren. Juist de plek waar je eerder tot rust kwam en kon ontspannen, roept nu spanning op.
Ook het tijdstip kan meespelen. Moe zijn betekent niet altijd dat je lichaam al klaar is om te slapen. Wanneer je biologische klok je nog niet klaar heeft gemaakt voor de nacht, kan inslapen moeilijk zijn.
Moeilijk inslapen kan dus verschillende verklaringen hebben.
Vaak wakker worden of moeilijk doorslapen
Iedereen word af en toe kort wakker. Dat is normaal. Vaak herinner je je dat de volgende ochtend niet eens. Af en toe wakker worden betekent dus niet direct dat er iets mis is.
Het kan wel een probleem worden wanneer je te vaak wakker wordt, vervolgens lang wakker blijft of er overdag last van hebt.
Soms is er een herkenbare aanleiding, zoals pijn, geluid, opvliegers of een verstoorde ademhaling. Maar soms is het niet duidelijk waarom je wakker wordt.
Je kijkt op de klok en je rekent uit hoeveel uur er nog over zijn. Je begint je zorgen te maken over morgen. Door die zorgen word je steeds alerter, terwijl je juist probeert verder te slapen. Soms vallen mensen dan pas tegen de vroege ochtend weer in slaap, terwijl hun wekker op het punt staat om af te gaan.
Bij aanhoudende doorslaapproblemen is het daarom zinvol om zowel te kijken naar wat je wakker maakt als naar wat je vervolgens wakker houdt, én wat je kan doen om ervoor te zorgen dat je weer beter doorslaapt.
Te vroeg wakker worden
Je valt redelijk gemakkelijk in slaap, maar bent veel eerder wakker dan je wilt. Het is nog donker, de wekker hoeft voorlopig niet te gaan en toch lukt verder slapen niet meer.
Dit kan ook weer verschillende oorzaken hebben. Misschien begint je biologische klok te vroeg met het aanmaken van melatonine en word je daardoor 's avonds te vroeg slaperig. Ook alcohol, lichamelijke klachten en psychische klachten kunnen meespelen bij te vroeg wakker worden 's nachts. Zo zien we vaak dat mensen met een depressie vroeg wakker worden en vervolgens niet kunnen doorslapen.
Vroeg wakker worden kan dus ook veroorzaakt worden door verschillende oorzaken.
Niet uitgerust wakker worden
Je hebt naar je idee genoeg uren geslapen, maar je wordt toch niet uitgerust wakker. Misschien voelt het alsof je alleen maar licht hebt geslapen en de de hele nacht in een soort van sluimerstand bent geweest.
Niet uitgerust wakker worden is een vervelende klacht en komt zeer vaak voor bij mensen met slaapproblemen. De slaap kan van slechte kwaliteit zijn of kan onderbroken zijn, bijvoorbeeld door ademhalingsproblemen en frequente ontwakingen. Ook lichamelijke klachten, psychische klachten of medicatie kunnen invloed hebben op de kwaliteit van je slaap.
Het is daarbij belangrijk onderscheid te maken tussen moeizaam opstarten in de ochtend en vermoeidheid die de hele dag blijft bestaan. Niet iedereen is meteen na het ontwaken fris en fruitig. Net zoals dat ons lichaam tijd nodig heeft om tot rust te komen in de avond, heeft het in de ochtend tijd nodig om volledig op te starten. Dit kan passen bij wat we slaapinertie noemen.
Blijf je ondanks voldoende gelegenheid om te slapen vermoeid of slaperig overdag, dan is er mogelijk sprake van een onderliggende slaapstoornis.
Pas laat kunnen slapen of juist heel vroeg slaperig worden
Soms lukt slapen op zichzelf wel, maar vallen jouw slaaptijden moeilijk te combineren met werk, gezin of andere verplichtingen.
Je leeft bijvoorbeeld in de avond op en je wordt pas diep in de nacht slaperig en komt ’s ochtends moeilijk uit bed. Wanneer je vrij bent en later mag slapen en opstaan, gaat het duidelijk beter.
Het omgekeerde kan ook voorkomen: je valt vroeg op de avond bijna in slaap en bent vervolgens heel vroeg wakker.
Dit kan samenhangen met de timing van je biologische klok. Een voorkeur voor vroege of late tijden is niet automatisch een stoornis. Het wordt vooral relevant wanneer het patroon aanhoudend problemen veroorzaakt. Er kan dan sprake zijn van een biologische klokstoornis.
Ook wisselende werktijden kunnen botsen met de momenten waarop je lichaam is voorbereid op slapen en wakker zijn en dit kan slaapproblemen veroorzaken.
Overmatige slaperigheid overdag
Vermoeidheid en slaperigheid worden vaak door elkaar gebruikt, maar betekenen iets anders.
Bij vermoeidheid heb je weinig energie. Je voelt je uitgeput en activiteiten ondernemen kost veel moeite. Toch kun je niet in slaap vallen wanneer je dit zou willen.
Bij slaperigheid heb je moeite om wakker te blijven. Je ogen vallen dicht, je knikt weg of je valt onbedoeld in slaap tijdens lezen, een vergadering of erger nog: achter het stuur.
Overmatige slaperigheid kan ontstaan doordat je te weinig uren slaapt, of doordat de kwaliteit van je slaap niet goed is. Ook kan medicatie of een andere lichamelijke oorzaak een rol spelen.
Zo kan bij narcolepsie, een ernstige slaapstoornis, bijvoorbeeld een sterke neiging tot in slaap vallen bestaan. Daarvoor is gericht onderzoek nodig. Lees hier meer over narcolepsie.
Val je regelmatig onbedoeld in slaap, bespreek dit dan met je huisarts. Neem niet deel aan het motorische verkeer wanneer je slaperig bent en bedien geen apparatuur.
Snurken en stokkende ademhaling tijdens de slaap
Snurken komt veel voor en betekent niet automatisch dat je een slaapstoornis. Maar snurken in combinatie met kortdurende periodes waarin men stopt met ademen, eventueel met duidelijke slaperigheid en een verminderd functioneren overdag kan wijzen op een verstoorde ademhaling tijdens de slaap. Dit kan dan passen bij slaapapneu.
Soms merkt vooral een partner dit op. Zelf kun je last hebben van onrustige nachten, vaak wakker worden, een droge mond, keelpijn of een niet uitgerust gevoel in de ochtend. Vaak moeten mensen met slaapapneu 's nachts regelmatig het bed uit om te plassen.
Bij obstructief slaapapneu raakt de bovenste luchtweg tijdens de slaap herhaaldelijk gedeeltelijk of helemaal afgesloten. Dat kan de slaap verstoren.
Slaapapneu en slapeloosheid kunnen ook samen voorkomen. Het is dan belangrijk om voor beide slaapstoornissen tegelijk aandacht te hebben.
Merkt je partner ademstops op of herken je deze klachten? Bespreek dit dan met je huisarts. Die kan beoordelen of slaaponderzoek nodig is.
Een vervelend gevoel in de benen of bewegingen tijdens de slaap
Je wilt 's avonds rustig zitten of liggen, maar voelt een sterke drang om je benen te bewegen. Misschien ervaar je een kriebelend, trekkend of moeilijk te omschrijven gevoel. Bewegen geeft verlichting, maar zodra je stilzit komt het terug.
Wanneer dit vooral in rust en in de avond of nacht optreedt, kan het passen bij rusteloze benen, ook wel het restless legs-syndroom (RLS) genoemd.
Daarnaast kunnen tijdens de slaap herhaalde beenbewegingen voorkomen. Soms merkt alleen een partner die op.
Niet iedere beweging tijdens de slaap is afwijkend. Een losse schok bij het inslapen komt bijvoorbeeld veel voor. Dit noemen we een myoclonie. Wanneer bewegingen regelmatig de slaap verstoren of samengaan met klachten overdag, kan beoordeling zinvol zijn.
Lees hier meer over RLS en bewegingen tijdens de slaap.
Nare dromen, slaapwandelen en andere nachtelijke verschijnselen
Slaapproblemen kunnen ook bestaan uit angstige dromen, bijzondere ervaringen of gedrag tijdens de nacht.
Bij terugkerende nachtmerries word je wakker uit een nare droom die je vaak nog goed kunt herinneren. Wanneer dit veel spanning oproept, kun je tegen het slapen gaan opzien.
Andere mensen wandelen, praten of verrichten handelingen terwijl ze niet volledig wakker zijn. Ook kan iemand tijdens dromen roepen, slaan of schoppen.
Bij het inslapen of wakker worden kun je soms tijdelijk niet bewegen of praten. Dit heet slaapverlamming. Rond die overgang kunnen ook levensechte beelden, geluiden of het gevoel van een aanwezigheid voorkomen. Zulke ervaringen kunnen beangstigend zijn. We noemen dit hypnagoge of hypnopompe hallucinaties. Veelal is dit onschuldig maar het kan ook voorkomen als een signaal van een onderliggende slaapstoornis.
Lees hier meer over dromen en andere nachtelijke verschijnselen gedurende de nacht.
Waardoor kunnen slaapproblemen ontstaan?
Slaapproblemen hebben niet altijd één oorzaak. Vaak spelen meerdere factoren tegelijk een rol:
- Spanning en zorgen, bijvoorbeeld door werk, een verlies of problemen thuis.
- Lichamelijke klachten, zoals pijn, jeuk, maar ook overgangsklachten zoals opvliegers.
- Psychische klachten, bijvoorbeeld angst of somberheid.
- Middelen en medicatie die invloed hebben op slapen.
- Slaaptijden en omstandigheden, zoals nachtdiensten, geluid of onvoldoende gelegenheid om te slapen.
- Een slaapstoornis, zoals slapeloosheid, slaapapneu of rusteloze benen.
Wat een slaapprobleem heeft uitgelokt, hoeft bovendien niet hetzelfde te zijn als wat het laat voortbestaan. We spreken dan van factoren die het slaapprobleem in stand houden. Een drukke periode kan voorbij zijn, terwijl het slaapprobleem blijft bestaan.
Lees hier meer of factoren die slaapproblemen in stand kunnen houden.
Wanneer is het verstandig hulp te zoeken?
Je hoeft niet te wachten totdat je slaap volledig is vastgelopen. Wat betreft slaapproblemen is voorkomen beter dan genezen. Neem je slaapproblemen op tijd serieus wanneer ze blijven bestaan of terugkomen, je dagelijks functioneren beïnvloeden of als je je er zorgen over maakt.
Dat is in het bijzonder belangrijk bij:
- Regelmatig onbedoeld in slaap vallen overdag.
- Ademstops of wakker schrikken met ademnood.
- Nachtelijk gedrag waarbij jij of iemand anders gewond kan raken.
- Aanhoudende bewegingsklachten die jouw slaap of die van je bedpartner verstoren.
Ook wanneer je al veel hebt geprobeerd en het vertrouwen in je slaap kwijt bent, kan hulp zinvol zijn. Langdurige slaapproblemen betekenen niet dat er geen mogelijkheden meer zijn. In tegendeel, slaapstoornissen zijn vaak goed te behandelen. Wel moet de aanpak passen bij het probleem dat er speelt.
Welke hulp past bij jouw slaapproblemen?
Welke hulp passend is, hangt af van de aard van je slaapprobleem. Soms biedt begrip en uitleg een goed begin. In andere situaties is eerst onderzoek nodig of past individuele behandeling beter.
Wil je meer weten over welke slaapstoornissen er bestaan?
Lees meer over slapeloosheid en andere slaapstoornissen.
Spelen naast je slaap ook psychische klachten een rol?
Lees meer over het verband tussen slecht slapen en psychische klachten.
Wil je meer begrijpen hoe de slaap werkt en wil je zelf aan de slag?
Bekijk het zelfhulptraject ‘Word de monteur van je Slaapmachine’.
Zoek je individuele hulp?
Bekijk de behandelmogelijkheden bij De Slaapdokter.
Waarom begrip van je slaap kan helpen
Als je al langere tijd slecht slaapt, heb je waarschijnlijk veel geprobeerd. Losse tips kunnen dan steeds nieuwe verwachtingen oproepen, zonder dat duidelijk wordt waarom iets bij jou wel of niet helpt.
In het zelfhulptraject "word de monteur van je Slaapmachine" leg ik uit hoe slaap in het lichaam ontstaat en welke interne processen daarbij betrokken zijn. In dit traject leer je ook hoe je zelf, op een gezonde manier kan sleutelen aan je Slaapmachine zodat die weer goed gaat werken.
Let op: het traject vervangt geen onderzoek naar andere slaapstoornissen maar kan wel bijdragen aan beter slapen op de langere termijn. Begrip over hoe slaap ontstaat en inzicht krijgen in wat je zelf kan doen om beter te slapen kan een eerste stap zijn om weer vertrouwen te krijgen in je slaap en gerichter te bepalen welke hulp bij je past.