Slapeloosheid en andere slaapstoornissen
Lang wakker liggen, niet uitgerust wakker worden, overdag onbedoeld in slaap vallen, vreemde bewegingen of gewaarwordingen gedurende de nacht, of wakker worden door ademstops: het zijn allemaal problemen met de slaap, maar er kunnen verschillende aandoeningen achter zitten.
Slapeloosheid is de meest voorkomende slaapstoornis. Daarnaast bestaan er ook andere slaapstoornissen zoals slaapapneu, biologische klokstoornissen, parasomnieën, hypersomnie, en slaapgerelateerde bewegingsstoornissen.
Op deze pagina lees je wat deze slaapstoornissen inhouden, hoe ze worden onderzocht en welke behandelingen mogelijk zijn. De uitleg richt zich voornamelijk op volwassenen.
Herken je vooral een klacht, maar weet je nog niet welke aandoening daarbij kan passen? Bekijk dan eerst het overzicht van hoe slaapproblemen zich kunnen uiten.
Wat is het verschil tussen een slaapprobleem en een slaapstoornis?
Een slaapprobleem is een klacht over slapen of wakker blijven. Een slaapstoornis is een aandoening waarvoor specifieke kenmerken gelden. Bij de beoordeling wordt onder andere gekeken naar het klachtenpatroon, de duur, de gevolgen overdag en mogelijke andere verklaringen.
Een enkele slechte nacht betekent dus niet dat je een slaapstoornis hebt. Ook kort slapen is op zichzelf onvoldoende om die conclusie te trekken. De hoeveelheid slaap die iemand nodig heeft, verschilt.
Andersom sluit voldoende uren slapen een slaapstoornis niet uit. Bij slaapapneu bijvoorbeeld kan iemand lang genoeg slapen maar kan de slaap herhaaldelijk worden verstoord zonder dat je je alle ontwaakmomenten herinnert.
Slapeloosheid: wanneer is er sprake van een insomniastoornis?
De medische term voor langdurige slapeloosheid is de insomniastoornis genoemd. De insomniastoornis kenmerkt zich door moeite met inslapen, doorslapen of word je vroeger wakker dan gewenst. Dit gebeurt terwijl je voldoende gelegenheid en geschikte omstandigheden hebt om te slapen. Daarnaast ervaar je gevolgen overdag, zoals vermoeidheid, concentratieproblemen, prikkelbaarheid of een verminderd functioneren.
Bij een chronische insomniastoornis komen de klachten doorgaans minstens drie nachten per week voor en bestaan ze minstens drie maanden. Ook korter bestaande klachten kunnen veel hinder veroorzaken en aandacht verdienen. Een groot deel van de mensen die kortdurend last hebben van slapeloosheid ontwikkelen chronische klachten. Het is dus raadzaam om op tijd in te grijpen.
Hoe ontstaat een insomniastoornis
Chronische slapeloosheid begint vaak niet zomaar.
Meestal is er eerst een begrijpelijke aanleiding. Bijvoorbeeld:
- stress op het werk;
- ziekte, pijn of lichamelijke klachten;
- verlies of verdriet;
- een depressieve of angstige periode;
- zwangerschap of overgang;
- zorgen om iemand in je omgeving;
- medicatie of middelengebruik;
Tijdens zo’n periode is kortdurend slecht slapen niet vreemd. Het is een normale reactie van het lichaam waarbij het slapen kortdurend verstoord kan raken.
Bij sommige mensen herstelt de slaap wanneer de aanleiding verdwijnt.
Bij anderen blijft het slecht slapen aanwezig: de slaap zelf wordt het probleem en men verliest de grip op het slapen. Er ontstaat wanhoop en controleverlies. Men gaat twijfelen of ze nog wel kunnen slapen.
De spanning die gepaard gaat met dit controleverlies kan resulteren in overactiviteit van het stresssysteem waardoor het slapen verder verslechterd. Uiteindelijk komt men in een vicieuze cirkel terecht van slecht slapen, controleverlies, een overactief stresssysteem en vervolgens nog slechter slapen.
Voor veel mensen is het lastig om uit deze vicieuze cirkel te komen.
Hoe wordt de insomniastoornis behandeld?
De eerste keus behandeling bij de insomniastoornis is cognitieve gedragstherapie voor insomnie, afgekort CGT-I. Deze behandeling richt zich op het uit de vicieuze cirkel van slapeloosheid komen.
CGT-I is een bijzonder effectieve behandeling, mits goed uitgevoerd.
In de afgelopen jaren heb ik me als psychiater - somnoloog gespecialiseerd in het aanbieden van CGT-I waarbij ik gebruik maak van de methode van De Slaapmachine.
Slaapapneu en andere slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen
Bij slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen raakt de ademhaling tijdens de slaap herhaaldelijk verstoord. De bekendste vorm is obstructieve slaapapneu, ook wel OSA genoemd. Je komt ook de term OSAS tegen. Daarnaast kennen we ook centraal slaapapneu.
Wat gebeurt er bij obstructieve slaapapneu?
Tijdens de slaap verslappen de spieren rond de bovenste luchtweg. Bij obstructieve slaapapneu wordt de doorgang hierdoor herhaaldelijk te nauw of tijdelijk afgesloten. De ademhaling vermindert of stopt, terwijl het lichaam wel probeert adem te halen.
Dit kan leiden tot korte ontwaakreacties en dalingen van het zuurstofgehalte. Vaak herinner je je die ontwaakreacties niet.
Mogelijke aanwijzingen zijn luid snurken, waargenomen ademstops, happen naar lucht, onrustige slaap en slaperigheid overdag. Ook vermoeidheid en concentratieproblemen kunnen voorkomen. Niet iedereen met slaapapneu heeft dezelfde klachten of uitgesproken slaperigheid.
Overgewicht kan bijdragen aan slaapapneu, maar ook mensen zonder overgewicht kunnen de aandoening hebben. De bouw van de kaak, keel en bovenste luchtweg speelt eveneens een rol.
Wat gebeurt er bij centraal slaapapneu?
Naast obstructieve slaapapneu bestaat centrale slaapapneu. Daarbij valt de aansturing van de ademhaling in het lichaam tijdelijk weg. De oorzaak en behandeling kunnen verschillen van die bij obstructief slaapapneu.
Daarom is onderzoek nodig om vast te stellen welk ademhalingsprobleem er speelt.
Onderzoek en behandeling van slaapapneu
Slaapapneu wordt onderzocht met een nachtelijke registratie van onder andere de ademhaling, het zuurstofgehalte en de ademhalingsbewegingen. Afhankelijk van de situatie gebeurt dit thuis of in een slaapcentrum.
Mogelijke behandelingen zijn:
- CPAP: een apparaat dat via een masker met luchtdruk de luchtweg openhoudt.
- Een mandibulair repositieapparaat: een speciale beugel die de onderkaak tijdens de slaap naar voren houdt.
- Positietherapie: een behandeling die rugligging beperkt wanneer de ademstops vooral in die houding optreden.
- Leefstijlaanpassingen: bijvoorbeeld gewichtsverlies wanneer overgewicht meespeelt en vermindering van alcoholgebruik.
- Een operatie: bij geselecteerde patiënten, afhankelijk van de oorzaak en anatomie.
Welke behandeling past, hangt af van het onderzoek, de klachten en persoonlijke omstandigheden.
Biologische klokstoornissen: slapen op verschoven tijden
Je biologische klok helpt bepalen wanneer je wakker en alert bent en wanneer je lichaam zich voorbereidt op slaap. Sommige mensen hebben van nature een vroeg ritme, anderen een laat ritme. De meeste mensen vallen tussen deze twee groepen.
Een ochtendmens of avondmens zijn is op zichzelf geen stoornis. Er kan sprake zijn van een biologische klokstoornis wanneer je slaapritme aanhoudend onvoldoende aansluit op de gewenste slaaptijden en dit duidelijke klachten of beperkingen veroorzaakt.
Vertraagde slaapfasestoornis
Bij een vertraagde slaapfasestoornis word je pas laat in de avond of diep in de nacht slaperig. Op een vroeger tijdstip inslapen lukt nauwelijks. ’s Ochtends opstaan is vervolgens erg moeilijk.
Wanneer je op je eigen tijden mag slapen en wakker worden, gaat de slaap vaak beter. Dat is een belangrijk verschil met slapeloosheid, waarbij slapen ook op passende tijden moeilijk kan blijven.
Moet je toch vroeg opstaan voor werk of studie, dan kan slaaptekort ontstaan. De gevolgen daarvan kunnen ten onrechte worden opgevat als luiheid of een gebrek aan discipline.
Soms gaat deze stoornis ook gepaard met het gebruik van middelen in een poging om toch op de gewenste tijden in slaap te vallen.
Vervroegde slaapfasestoornis
Bij een vervroegde slaapfasestoornis verschuift het ritme juist naar voren. Je wordt vroeg in de avond erg slaperig en bent in de nacht of vroege ochtend alweer wakker.
Dit kan lastig zijn wanneer je ’s avonds wilt deelnemen aan sociale activiteiten of later wilt slapen en opstaan.
Behandeling van biologische klokstoornissen
De behandeling kan bestaan uit chronotherapie. Deze therapie bestaat uit zorgvuldig geplande slaaptijden soms melatonine en/of lichttherapie. Het tijdstip van deze interventies is bepalend: dezelfde prikkel kan op verschillende momenten een ander effect op de biologische klok hebben.
Melatonine is daarom geen algemeen middel voor iedereen die moeilijk inslaapt. Bij een biologische klokstoornis kan het gericht worden ingezet onder deskundige begeleiding. Lees hier meer over melatonine.
Biologische klokstoornissen kunnen samengaan met psychische klachten, waaronder ADHD. Lees meer over slecht slapen en psychische klachten.
Hypersomnolentie: overmatige slaperigheid overdag
Bij overmatige slaperigheid heb je moeite om wakker te blijven. Je knikt weg of valt onbedoeld in slaap. Dit verschilt van vermoeidheid: daarbij kun je uitgeput zijn zonder daadwerkelijk in slaap te vallen.
Overmatige slaperigheid kan ontstaan door onvoldoende slaap, een andere slaapstoornis, medicatie of middelengebruik. Daarnaast bestaan aandoeningen waarbij het systeem van in slaap vallen en wakker worden verstoord is, zoals narcolepsie en idiopathische hypersomnie.
Narcolepsie
Kenmerkend voor narcolepsie is een sterke neiging om overdag in slaap te vallen. Ook de nachtslaap kan onrustig en onderbroken zijn.
Sommige mensen hebben daarnaast kataplexie: een kortdurende verslapping van spieren, vaak uitgelokt door een emotie zoals lachen. Het bewustzijn blijft daarbij behouden. Kataplexie komt voor bij narcolepsie type 1.
Andere mogelijke verschijnselen zijn slaapverlamming en levensechte droomervaringen bij het inslapen of ontwaken. Deze verschijnselen kunnen ook voorkomen zonder narcolepsie.
Bij narcolepsie type 1 is doorgaans sprake van een tekort aan hypocretine, ook wel orexine genoemd. Deze signaalstof helpt om het wakker zijn stabiel te houden. Bij narcolepsie type 2 is het ontstaan minder duidelijk.
Idiopathische hypersomnie
Bij idiopathische hypersomnie bestaat aanhoudende overmatige slaperigheid waarvoor geen andere afdoende verklaring wordt gevonden. Sommige mensen slapen bovendien zeer lang en worden uiterst moeilijk wakker.
Ook na lang slapen of een dutje voelen zij zich vaak onvoldoende opgefrist. Het ontwaken kan gepaard gaan met langdurige sufheid.
Onderzoek en behandeling van hypersomnolentie
Het onderzoek begint met het beoordelen van de slaapduur, het ritme, medicatiegebruik en mogelijke andere oorzaken. Soms zijn een nachtelijk slaaponderzoek en een slaaptest overdag nodig.
Behandeling vindt doorgaans plaats bij een specialist en kan bestaan uit aanpassingen in het dagelijks leven en medicatie. Geplande dutjes kunnen bij sommige aandoeningen helpen, maar zijn niet voor iedereen even effectief.
Val je regelmatig onbedoeld in slaap, bespreek dit dan met je huisarts. Neem niet deel aan het motorische verkeer als je slaperig bent en bedien geen apparatuur.
Parasomnieën: ongewoon gedrag en ervaringen tijdens de slaap
Parasomnieën zijn verschijnselen waarbij tijdens de slaap of de overgang tussen slapen en waken ongebruikelijke ervaringen of gedragingen optreden.
Sommige ontstaan vanuit de diepe non-REM-slaap. Andere hangen samen met de REM-slaap, waarin veel levendige dromen voorkomen.
Slaapwandelen en verwarde ontwakingen
Bij een verwarde ontwaking komt iemand gedeeltelijk uit de slaap, maar is nog niet volledig wakker. De persoon kan rechtop zitten, verward reageren en daarna verder slapen.
Bij slaapwandelen verlaat iemand het bed. Soms worden ook handelingen uitgevoerd, zoals spullen verplaatsen of eten klaarmaken. De volgende ochtend is er vaak weinig of geen herinnering.
Slaaptekort, alcohol en bepaalde medicijnen kunnen zulke verschijnselen uitlokken of versterken. Bij gevaarlijk gedrag is het belangrijk de slaapomgeving veilig te maken en de klachten te laten beoordelen.
Nachtangst of pavor nocturnus
Bij nachtangst kan iemand plotseling schreeuwen, zweten of zeer angstig lijken. Toch is diegene niet volledig wakker en vaak moeilijk bereikbaar.
Dit verschilt van een nachtmerrie. Na een nachtmerrie ben je meestal wakker en kun je vertellen wat je hebt gedroomd. Bij nachtangst ontbreekt die herinnering vaak. Nachtangst komt vooral voor bij kinderen, maar kan ook bij volwassenen optreden.
Slaapgerelateerd eten en sexsomnia
Bij een slaapgerelateerde eetstoornis gaat iemand tijdens een gedeeltelijke ontwaking eten, soms zonder dat later te herinneren. Er kunnen risico’s ontstaan door koken of het eten van ongeschikte stoffen.
Bij sexsomnia verricht iemand seksuele handelingen tijdens de slaap of een onvolledige ontwaking. Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor de persoon en de partner. Deskundige beoordeling en aandacht voor veiligheid zijn belangrijk.
REM-slaapgedragsstoornis
Tijdens de REM-slaap zijn de meeste spieren normaal gesproken sterk ontspannen. Bij een REM-slaapgedragsstoornis ontbreekt die remming gedeeltelijk of geheel. Daardoor kan iemand dromen uitbeelden, bijvoorbeeld door te roepen, slaan of schoppen.
Dit kan leiden tot verwondingen bij de slaper of bedpartner. Voor de diagnose is meestal slaaponderzoek met videoregistratie nodig.
De aandoening kan samenhangen met medicatie of een neurologische ziekte en kan soms aan een neurologische aandoening voorafgaan. Daarom verdient dit verschijnsel specialistische beoordeling.
Slaapverlamming
Bij slaapverlamming ben je tijdens het inslapen of ontwaken even niet in staat om te bewegen of te praten. Soms ervaar je daarbij een aanwezigheid in de kamer of zie of hoor je iets dat levensecht lijkt.
De ervaring kan beangstigend zijn, maar gaat vanzelf voorbij en is meestal onschuldig. Wanneer slaapverlamming vaak voorkomt of samengaat met ernstige slaperigheid overdag, is nader onderzoek zinvol.
Nachtmerries
Bij een nachtmerriestoornis keren nare dromen regelmatig terug en veroorzaken ze duidelijke spanning of beperkingen. Je kunt bang worden om te gaan slapen of overdag last blijven houden van de droom.
Nachtmerries kunnen samenhangen met traumatische ervaringen, maar dat hoeft niet.
Er bestaan gerichte behandelingen, waaronder imagery rehearsal therapy. Daarbij oefen je overdag met een aangepaste versie van de nachtmerrie. Welke aanpak geschikt is, hangt af van de klachten en eventuele bijkomende problematiek.
Rusteloze benen en andere slaapgerelateerde bewegingsstoornissen
Bewegingen rond het slapen zijn niet altijd afwijkend. Er kan sprake zijn van een stoornis wanneer ze de slaap of het functioneren verstoren en aan specifieke kenmerken voldoen.
Rustelozebenensyndroom: restless legs-syndroom of RLS
Bij RLS ervaar je een sterke drang om je benen te bewegen, vaak met een onaangenaam gevoel. De klachten:
- Ontstaan of verergeren tijdens rust.
- Verminderen tijdelijk door bewegen.
- Zijn vooral ’s avonds en ’s nachts aanwezig.
Het gevoel kan moeilijk te omschrijven zijn: kriebelend, trekkend, branderig of alsof er iets door de benen kruipt. RLS kan het inslapen ernstig bemoeilijken.
Bij de beoordeling wordt gekeken naar onder andere de ijzerstatus, medicatie en aandoeningen die kunnen meespelen. Zwangerschap en nierfunctiestoornissen kunnen met RLS samenhangen.
De behandeling hangt af van de ernst en mogelijke oorzaken. Soms is aanvulling van ijzer passend; soms wordt andere medicatie ingezet. Dat vraagt een medische beoordeling.
Periodieke beenbewegingen tijdens de slaap
Periodieke beenbewegingen zijn herhaalde, onwillekeurige bewegingen tijdens het slapen. Ze kunnen voorkomen bij RLS, maar ook daarbuiten.
De aanwezigheid van deze bewegingen op een slaaponderzoek betekent niet automatisch dat er een stoornis is. Van periodic limb movement disorder, of PLMD, kan sprake zijn wanneer de bewegingen samengaan met relevante klachten en andere verklaringen onvoldoende passen.
Tandenknarsen en kaakklemmen
Bij slaapbruxisme span je tijdens de slaap je kaakspieren aan. Dit kan zich uiten als tandenknarsen of kaakklemmen. Mogelijke gevolgen zijn gebitsslijtage, kaakpijn en hoofdpijn bij het ontwaken.
Een tandarts kan beoordelen of bescherming of behandeling nodig is. Een opbeetplaat kan het gebit beschermen, maar neemt het knarsen niet noodzakelijk weg.
Inslaapschokken en ritmische bewegingen
Een plotselinge schok tijdens het inslapen komt veel voor en is meestal een normaal verschijnsel.
Ritmische bewegingen, zoals hoofdbonken of heen en weer rollen, komen vooral bij jonge kinderen voor. Beoordeling is vooral nodig wanneer er verwondingen ontstaan, de slaap duidelijk verstoord raakt of de bewegingen op latere leeftijd aanhouden en klachten geven.
Kun je meerdere slaapstoornissen tegelijk hebben?
Ja. Slaapstoornissen sluiten elkaar niet uit. De insomniastoornis is veruit de meest voorkomende slaapstoornis. De kenmerken ervan komen bovendien terug bij zo goed als alle andere slaapstoornissen.
Bij slaapapneu kan de slaap bijvoorbeeld herhaaldelijk worden onderbroken door ademstops. Bij rusteloze benen kunnen onaangename sensaties het inslapen bemoeilijken. Een biologische klokstoornis kan ervoor zorgen dat je niet kunt slapen op het moment dat je dat nodig hebt. Ook bij andere slaapstoornissen kan daardoor een patroon ontstaan van lang wakker liggen, spanning rond slaap en steeds meer aandacht voor de nacht.
Dat betekent dat componenten van de behandeling van de insomniastoornis, cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I), ook vaak kan bijdragen aan de behandeling van andere slaapstoornissen. CGT-I kan bijvoorbeeld bijdragen aan het verminderen van de ademstops bij slaapapneu of de last die men ervaart bij het rustelozebenensyndroom. Ook kan CGT-I ervoor zorgen dat slaapverlamming minder vaak voorkomt omdat de kwaliteit van de slaap erdoor verbeterd.
Hoe wordt vastgesteld welke slaapstoornis je hebt?
Een beoordeling begint altijd met je verhaal. Wanneer slaap je, wat gebeurt er tijdens de nacht en waar heb je overdag last van? Ook lichamelijke en psychische klachten, medicatie, middelengebruik en je dagelijkse ritme worden meegenomen.
Een slaapdagboek helpt om patronen zichtbaar te maken. Soms geeft informatie van een partner aanvullende aanwijzingen. Soms is een aanvullend slaaponderzoek nodig.
Niet iedereen heeft een nachtelijk slaaponderzoek nodig. Slapeloosheid wordt meestal vastgesteld op basis van het klachtenpatroon. Bij vermoedens van slaapapneu, bepaalde bewegingsstoornissen, narcolepsie of opvallend nachtelijk gedrag kan aanvullend onderzoek nodig zijn.
Welke behandeling past bij jou?
Veel slaapstoornissen zijn goed te behandelen. Bij sommige aandoeningen is langdurige begeleiding nodig om de klachten onder controle te houden. De eerste stap is duidelijk krijgen wat er speelt.
Binnen De Slaapdokter bekijk ik slaap en psychische gezondheid in samenhang. Als psychiater en somnoloog heb ik aandacht voor zowel de slaapklachten als de factoren die daarop van invloed zijn.
Lees meer over de behandelmogelijkheden bij De Slaapdokter.
Wil je eerst meer begrijpen hoe de slaap in het lichaam wordt geregeld en welke processen daarbij betrokken zijn? Het zelfhulptraject ‘Word de monteur van je Slaapmachine’ biedt deze uitleg. Dit traject vervangt geen diagnostiek naar andere slaapstoornissen.
Bekijk hier het zelfhulptraject Word de monteur van je Slaapmachine.