Slaapmedicatie: werking, bijwerkingen en risico’s bij langdurig gebruik

Gepubliceerd op 15 september 2026 om 14:26

Slaapmedicatie kan aantrekkelijk zijn wanneer je al langere tijd slecht slaapt. Je bent moe, ziet op tegen de nacht en wilt vooral iets wat nu helpt. Een tablet die ervoor kan zorgen dat je sneller in slaap valt of beter doorslaapt, kan dan verleidelijk zijn.

Dat is ook een belangrijke reden waarom slaapmedicatie zoveel wordt gebruikt: veel mensen slapen slecht en sommige middelen hebben al kort na inname een effect het slapen.

Maar het is goed om stil te staan bij wat die medicijnen eigenlijk doen, maar ook bij wat eigenlijk de nadelen en bijwerkingen ervan zijn.

Mensen vragen zich bijvoorbeeld af of je van slaapmedicatie kunt aankomen in gewicht, of je eraan gewend kunt raken en of je uiteindelijk niet meer zonder kunt slapen. Dat zijn terechte vragen. Tegelijkertijd is het belangrijk om te weten dat niet alle slaapmedicatie dezelfde werking en dezelfde bijwerkingen heeft.

Een benzodiazepine zoals temazepam heeft bijvoorbeeld andere eigenschappen en bijwerkingen dan mirtazapine of quetiapine, middelen die soms vanwege hun versuffende bijwerkingen bij slaapproblemen worden gebruikt.

Bij langdurige slapeloosheid speelt bovendien nog iets anders. Slaapmedicatie kan het interne proces van de slaap beïnvloeden, maar verandert niets aan de oorzaak van het slechte slapen.

Sterker nog, het gebruik van slaapmedicatie kan nieuwe slaapproblemen met zich meebrengen, zoals tolerantie, afhankelijkheid, slechtere kwaliteit van de slaap en de overtuiging dat slapen zonder medicatie niet meer mogelijk is.

Welke slaapmedicatie wordt gebruikt?

Met het woord slaapmedicatie worden verschillende soorten geneesmiddelen bedoeld.

Een belangrijke en meest gebruikte groep slaapmiddelen zijn de benzodiazepinen. Temazepam is hiervan een bekend voorbeeld dat specifiek bij slaapproblemen wordt gebruikt. Andere benzodiazepinen zijn bijvoorbeeld diazepam en oxazepam. Daarnaast bestaan er de zogenaamde Z-middelen, zoals zolpidem en zopiclon. Deze middelen versterken remmende signalen in de hersenen en hebben daardoor een versuffende werking met als doel sneller inslapen. Op korte termijn kunnen ze er ook daadwerkelijk voor zorgen dat iemand gemakkelijker in slaap valt.

Daarnaast worden in de praktijk ook geneesmiddelen voorgeschreven die oorspronkelijk niet zijn ontwikkeld of geregistreerd voor de behandeling van slapeloosheid. Ze worden soms toch gebruikt omdat een van hun effecten is dat mensen er slaperig of suf van worden. Wanneer een geneesmiddel wordt voorgeschreven voor een aandoening waarvoor het niet officieel is geregistreerd, noemen we dat off-labelgebruik.

Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige antidepressiva, zoals mirtazapine en amitriptyline. Ook het antipsychoticum quetiapine wordt soms vanwege zijn versuffende werking voorgeschreven bij slaapproblemen, terwijl het daarvoor niet is geregistreerd.

Het onderscheid tussen deze verschillende soorten medicijnen is belangrijk, omdat niet alleen hun werking verschilt, maar ook de bijwerkingen en risico's.

Wat zijn de bijwerkingen van slaapmedicatie?

Niet alleen het directe effect op de kwaliteit van de slaap, maar ook de effecten die na de nacht nog aanwezig zijn belangrijk bij het gebruik van slaapmedicatie.

Een slaapmiddel stopt namelijk niet noodzakelijk met werken zodra de wekker gaat. Hoe lang een middel in het lichaam aanwezig blijft, verschilt per geneesmiddel. Daardoor kun je de volgende ochtend nog last hebben van bijvoorbeeld:

  • sufheid of slaperigheid;
  • minder concentratie;
  • geheugenproblemen;
  • tragere reacties;
  • duizeligheid of verminderde coördinatie;
  • Verhoogd risico op vallen en botbreuken

Sommige mensen vergelijken dit met het gevoel van een soort kater: je hebt wel geslapen, maar merkt overdag dat het middel nog invloed heeft. Dat kan niet alleen vervelend zijn op het werk, maar ook gevaarlijke gevolgen hebben voor bijvoorbeeld autorijden.

Hoe groot dat risico is, hangt onder andere af van het gebruikte middel, de dosis, het tijdstip van inname, de leeftijd en andere medicatie.

Ben je benieuwd of je na gebruik van medicatie kan deelnemen aan het motorische verkeer? Check dan de website www.rijveiligmetmedicijnen.nl.

Kun je aankomen van slaapmedicatie?

Ja, bij sommige medicijnen die voor slaapproblemen worden gebruikt kan gewichtstoename optreden. Dit geldt echter niet in dezelfde mate voor alle slaapmiddelen.

Bij benzodiazepinen en Z-middelen behoort gewichtstoename niet tot de meest kenmerkende bijwerkingen. Anders ligt dat bij sommige antidepressiva en antipsychotica die vanwege hun versuffende werking bij slaapproblemen worden voorgeschreven.

Mirtazapine en gewichtstoename

Mirtazapine is een antidepressivum, maar wordt vanwege het versuffende effect ook off-label gebruikt bij mensen die slecht slapen. Een toegenomen eetlust en daardoor ook gewichtstoename behoren tot de bekende bijwerkingen van mirtazapine.

Dat betekent niet dat iedereen die mirtazapine gebruikt aankomt in gewicht. Wel kan gewichtstoename ook optreden wanneer mirtazapine in een lage dosering wordt gebruikt zoals vaak het geval is bij slaapproblemen. 

Quetiapine en gewichtstoename

Quetiapine is een antipsychoticum en ook quetiapine kan gewichtstoename veroorzaken. Daarnaast kan het middel bij langdurig gebruik invloed hebben op onder andere de bloedsuikerspiegel en vetten in het bloed.

Dat is relevant omdat quetiapine soms in een lage dosering wordt voorgeschreven vanwege de versuffende werking. De Europese richtlijn voor de behandeling van slapeloosheid adviseert antipsychotica niet voor de behandeling van insomnie.

De vraag “kun je aankomen van slaapmedicatie?” heeft dus geen eenvoudig ja-of-nee-antwoord. Het hangt vooral af van het middel dat wordt gebruikt. Bij sommige geneesmiddelen, zoals mirtazapine en quetiapine, die vanwege hun versuffende werking bij slaapproblemen off-label worden voorgeschreven, is gewichtstoename een relevante bijwerking.

Wat is tolerantie voor slaapmedicatie?

Een ander belangrijk probleem is tolerantie.

Bij regelmatig gebruik van bepaalde slaapmiddelen kan het zenuwstelsel zich aanpassen aan het geneesmiddel. De dosis die aanvankelijk duidelijk effect had, kan na verloop van tijd minder sterk werken. 

Je merkt bijvoorbeeld dat je ondanks dezelfde tablet weer langer wakker ligt.

Dat kan een riskant mechanisme in gang zetten:

Eerst was één tablet voldoende. Nu lijkt diezelfde hoeveelheid nauwelijks meer te werken.

De neiging kan dan ontstaan om meer te gaan gebruiken. Maar het verhogen van slaapmedicatie is geen goede oplossing. Een hogere dosering kan ook de kans op ongewenste effecten en opnieuw tolerantie vergroten.

Vooral bij benzodiazepinen en Z-middelen is tolerantie een reden om langdurig gebruik kritisch te benaderen.

Kun je afhankelijk worden van slaapmedicatie?

Ja. Bij bepaalde slaapmiddelen kan lichamelijke afhankelijkheid ontstaan. Dit speelt ook weer met name bij benzodiazepinen en Z-middelen.

Het lichaam past zich bij regelmatig gebruik aan het geneesmiddel aan. Wanneer de medicatie vervolgens wordt verminderd of plotseling wordt gestopt, kunnen ontwenningsverschijnselen ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan onrust, angst, trillen, zweten en een tijdelijke sterke toename van de slapeloosheid. Vooral bij benzodiazepinen kunnen bij het stoppen na langdurig gebruik ook ernstigere ontwenningsverschijnselen optreden, zoals verwardheid of epileptische aanvallen.

Daarom is het niet verstandig om op eigen initiatief plotseling te stoppen met benzodiazepinen, Z-middelen of andere slaapmedicatie. Bespreek het stoppen of afbouwen altijd met een arts. Die kan beoordelen of geleidelijk afbouwen nodig is en in welk tempo dat het veiligst kan gebeuren.

Dat advies geldt ook wanneer de medicatie niet op voorschrift is verkregen. Het feit dat een arts het middel niet heeft voorgeschreven, maakt zelfstandig stoppen niet automatisch veilig. Ook dan is het verstandig om met een arts te bespreken welk middel je gebruikt, hoeveel je gebruikt en hoe lang je het al gebruikt, zodat het risico op ontwenningsverschijnselen goed kan worden ingeschat.

Maar er bestaat ook een tweede vorm van afhankelijkheid die bij slapeloosheid bijzonder belangrijk is: psychologische afhankelijkheid.

Psychologische afhankelijkheid ontstaat alleen al door het idee dat er een slaappil in het nachtkastje ligt. Dat kan namelijk een gevoel van veiligheid geven want je weet:

Als ik echt niet slaap, kan ik altijd nog een tablet nemen.

Dat gevoel van controle verlaagt spanning. Soms wordt het middel niet eens ingenomen.

Maar daar zit ook een keerzijde aan.

Want wat gebeurt er wanneer de slaappillen op zijn? Of wanneer je op vakantie ontdekt dat je ze thuis hebt laten liggen?

Dan kan dezelfde overtuiging omslaan:

Zonder mijn slaappil kan ik niet slapen.

De tablet is dan niet alleen een geneesmiddel geworden, maar ook een voorwaarde waarvan iemand denkt dat die nodig is om te kunnen slapen.

Waarom slaap je soms slechter als je stopt?

Wie een tijd bepaalde slaapmedicatie gebruikt en daarna vermindert of stopt, kan vervolgens slechter gaan slapen. Dit kan soms al snel na gebruik van slaapmedicatie ontstaan. 

Dat noemen we rebound-insomnie.

De slapeloosheid kan dan sterker terugkomen dan voorheen. Dat is verraderlijk, omdat het precies lijkt te bevestigen waar iemand bang voor was:

Zie je wel, zonder die pillen slaap ik helemaal niet.

Maar dat hoeft niet te betekenen dat het lichaam zonder medicatie nooit meer kan slapen. De tijdelijke verslechtering kan gedeeltelijk samenhangen met het afbouwen of stoppen van het geneesmiddel.

Ook daarom is het belangrijk om slaapmedicatie niet op eigen initiatief abrupt te stoppen. Hoe afbouwen eruitziet, hangt af van het middel, de dosis, de gebruiksduur en de individuele situatie.

Betekent dit dat slaapmedicatie nooit verstandig is?

Nee.

Dat zou een te eenvoudige conclusie zijn.

Medicatie kan in zeer specifieke situaties een waardevolle rol spelen. Bijvoorbeeld wanneer ernstige slapeloosheid tijdelijk optreedt in een acute situatie. Als er sprake is van chronische slapeloosheid, dus slaapproblemen die al langere tijd aanwezig zijn, dan is dat geen goede reden om slaapmedicatie te gebruiken, hoe ernstig de slaapproblemen ook zijn.

De Europese richtlijn maakt dit onderscheid duidelijk.

Bij chronische insomnie is Cognitieve gedragstherapie voor Insomnie (CGT-I) de eerste keuze behandeling. Dat geldt ook wanneer naast de slapeloosheid andere aandoeningen bestaan.

Het verhaal is dus niet:

slaapmedicatie is slecht.

Het verhaal is:

Slaapmedicatie heeft een bepaalde en zeer specifieke plaats, maar bij langdurige slapeloosheid bestaat er een behandeling die veel fundamenteler probeert in te grijpen op het slaapprobleem zelf.

Waarom is CGT-I de eerste keuze bij langdurige slapeloosheid?

Als slaapmedicatie kan helpen om in slaap te vallen, waarom is het dan toch niet de eerste keuze bij langdurige slapeloosheid?

Om dat te begrijpen moeten we kijken naar wat er gebeurt wanneer een aantal slechte nachten uiteindelijk uitgroeit tot een chronisch slaapprobleem.

Slaapproblemen beginnen vaak met een duidelijke aanleiding. Stress, ziekte, zorgen of een moeilijke periode kunnen ervoor zorgen dat iemand tijdelijk slechter slaapt. Bij de meeste mensen herstelt de slaap daarna weer. Maar soms gebeurt dat niet.

Sommige mensen zijn gevoeliger voor het ontwikkelen van langdurige slapeloosheid. Eigenschappen zoals perfectionisme en een sterke behoefte aan controle kunnen daarbij een rol spelen. Dat betekent uiteraard niet dat iedereen die perfectionistisch is of graag controle houdt slaapproblemen krijgt.

Maar juist wanneer slapen niet meer vanzelf gaat, kan het verlies van controle veel spanning geven. Je probeert het probleem op te lossen, maar merkt dat je steeds minder grip krijgt op iets wat vroeger vanzelf ging.

Je gaat meer met je slaap bezig zijn. Overdag vraag je je al af hoe de komende nacht zal verlopen. Slaapmedicatie kan dan verleidelijk zijn. Maar daarbij bestaan verschillende problemen.

Zoals je hierboven hebt kunnen lezen kan bij veel slaapmiddelen na verloop van tijd gewenning optreden, waardoor het effect afneemt. Ook kan lichamelijke of psychologische afhankelijkheid ontstaan. Daarnaast kunnen vooral bepaalde klassieke slaapmiddelen de slaapkwaliteit verslechteren. Dat gebeurt al meteen na de eerste dag van gebruik. Je kunt dan wel inslapen, maar de verhouding tussen de verschillende slaapstadia verandert. Zo kunnen bijvoorbeeld de diepe slaap en de REM-slaap worden onderdrukt en kunnen mensen daardoor lichter gaan slapen. Meer uren slapen betekent daardoor niet automatisch dat de kwaliteit van die slaap ook beter is. Diepe slaap en REM-slaap spelen een belangrijke rol bij mentaal en fysiek herstel. Dus mensen vallen wel in slaap, maar herstellen niet voldoende. 

En er speelt nog iets.

Wanneer iemand steeds sterker het gevoel krijgt dat slaap alleen nog mogelijk is mét medicatie, kan de gedachte ontstaan:

Zonder mijn slaappil kan ik niet slapen.

Daarmee kan het middel dat aanvankelijk controle gaf uiteindelijk zelf onderdeel worden van de spanning rondom slapen.

Men komt terecht in een vicieuze cirkel van slapeloosheid. 

De oorspronkelijke aanleiding waardoor het slaapprobleem ontstond kan allang verdwenen zijn. De stressvolle periode is voorbij, de ziekte is hersteld of de problemen op het werk zijn opgelost. Toch blijft de slapeloosheid bestaan.

Er is dan een vicieuze cirkel van slapeloosheid ontstaan. Slecht slapen veroorzaakt zorgen en controleverlies. Die zorgen veroorzaken spanning en verhoogde waakzaamheid. Vervolgens ga je steeds meer doen om slaap af te dwingen, terwijl juist sommige van die pogingen het natuurlijke slaapproces verder kunnen verstoren. Het gebruiken van slaapmedicatie valt onder die pogingen die het natuurlijke slaapproces kunnen verstoren en houdt de vicieuze cirkel van slapeloosheid in stand. 

CGT-I is erop gericht die vicieuze cirkel te doorbreken.

CGT-I gaat veel verder dan slaaphygiëne of een verzameling algemene slaaptips. Binnen CGT-I wordt gewerkt aan de processen die slaap mogelijk maken: voldoende slaapdruk, herstel van het slaap-waakritme, een sterke koppeling tussen bed en slaap en het verminderen van gedachten en gedrag die slapeloosheid in stand houden.

Het verschil met slaapmedicatie is daarmee fundamenteel.

Slaapmedicatie zorgt voor een slechtere slaapkwaliteit en houdt de vicieuze cirkel van slapeloosheid in stand en CGT-I doet dat niet. CGT-I zorgt juist voor een betere slaapkwaliteit en zorgt ervoor dat je weer controle krijgt over het slapen zelf.

Je hebt meer invloed op je slaap dan je misschien denkt

Dit vind ik uiteindelijk een van de belangrijkste boodschappen.

Mensen met langdurige slaapproblemen vertellen mij vaak dat ze het gevoel hebben de controle over hun slaap kwijt te zijn. Ze hebben alles al geprobeerd. Slaap lijkt iets geworden wat hen overkomt of juist niet.

Een pil kan dan heel concreet voelen:

Ik neem iets en daarmee doe ik tenminste iets aan mijn slaap.

Maar controle over slaap hoeft niet uitsluitend uit medicatie te komen.

Slaap wordt aangestuurd door biologische en psychologische processen en veel van de processen die bepalen óf en wanneer je goed slaapt zijn wel degelijk beïnvloedbaar.

Je kunt invloed uitoefenen op je slaapdruk.

Je kunt je biologische klok ondersteunen.

Je kunt ervoor zorgen dat je bed opnieuw sterker met slaap wordt verbonden.

Je kunt allerlei zaken veranderen waarmee je onbedoeld je slaapprobleem in stand houdt.

En je kunt leren voorkomen dat angst voor niet slapen je stresssysteem iedere avond opnieuw activeert.

Dat is een heel andere vorm van controle.

Niet iedere avond proberen je slaap met een middel af te dwingen, maar leren begrijpen waarom jouw interne Slaapmachine niet optimaal draait en aan welke onderdelen je zelf kunt sleutelen.

Word de monteur van je eigen Slaapmachine

Dat is ook de gedachte achter het zelfhulp traject "word de monteur van je Slaapmachine". 

In de behandeling van slaapproblemen gebruik ik de metafoor van de Slaapmachine om begrijpelijk te maken hoe ons interne slaapsysteem werkt. Slaap is geen mysterieus proces waar je volledig machteloos tegenover staat. Slaap ontstaat wanneer de verschillende onderdelen van je Slaapmachine goed samenwerken en je daar op de juiste manier voor zorgt.

Wanneer je begrijpt uit welke onderdelen jouw Slaapmachine bestaat en welke daarvan niet goed zijn afgesteld, kun je daar gericht aan gaan sleutelen.

Je wordt dan als het ware de monteur van je eigen Slaapmachine.

Een goede monteur draait ook niet zomaar willekeurig aan allerlei knoppen. Eerst probeert hij te begrijpen waar het probleem zit. Pas daarna kijkt hij welke aanpassing nodig is. Met slaap werkt dat eigenlijk net zo.

De Slaapmachine is gebaseerd op principes uit de cognitieve gedragstherapie voor insomnie en vertaalt die naar een toegankelijke vorm van zelfhulp. Je leert onder andere hoe slaapdruk, je biologische klok, de koppeling tussen bed en slaap en spanning rondom slapen elkaar beïnvloeden.

Het doel is dat je steeds beter begrijpt waarom je Slaapmachine op een bepaald moment niet goed functioneert en aan welke onderdelen je zelf kunt sleutelen.

Voor de meeste mensen is het zelfhulp traject voldoende. Voor anderen is individuele diagnostiek of behandeling nodig, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een andere slaapstoornis, complexe psychiatrische klachten of langdurig gebruik van slaapmedicatie.

Maar het uitgangspunt blijft hetzelfde:

Wie begrijpt hoe slaap wordt geregeld, krijgt ook beter zicht op wat hij zelf kan veranderen.

En daarmee verschuift de belangrijkste vraag van:

Welke pil heb ik nodig om te slapen?

naar:

Wat gebeurt er in mijn Slaapmachine en aan welke onderdelen kan ik zelf sleutelen om mijn eigen slaapsysteem weer beter te laten functioneren?

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.